Ik had nooit gedacht dat ik op zondagochtend uit zijn bed zou springen om te gaan lopen. Het fort van dons verlaten waarin hij nog warm en mooi en in dromenland ligt, om strak in het looppak, wind op kop, twee grote toeren rond de vijvers tien minuten verderop te lopen. En dan brood en kaas meebrengen van de markt. Terug stappen met mijn kap op en zon in de rug. Binnensluipen. Heet bad. En terug in bed kruipen waar hij zijn boek wil uitlezen voor hij opstaat. Ontbijten.
En er de tijd voor nemen.