De activiteitentrein raast maar verder; vorige week zaterdagnamiddag de meiden op bezoek, samen uit eten, samen naar een housewarming van krullenbol T., rondhangen op zondag in de sneeuw met de roomies, maandagavond om wijn met topmeid M., dinsdag diner bij mij thuis met drie vrienden, woensdag te lang receptie en afterwork feest met dié collega, donderdag op café met de werkloze-/studente-/en ook werkende maten en weeral feest (dat komt ervan), vrijdag pannenkoeken bakken en naar de Oostkantons rijden in gezelschap van E. van de E-zegen, en nog vier andere mannen waarmee ik groot geworden ben, daar een héérlijk weekend doorbrengen met sneeuw, wandelingen, goei babbels, samen koken samen eten, door de kou wandelen, uitwaaien, frisse neus halen, met ijskoude voetjes binnenkomen en in de zetel aan het haardvuur zitten met de krant. Zondagavond is E. van de E-zegen dan nog hier blijven slapen, samen praten in bed over het leven, de toekomst, de liefde, ons maten – met thee en coco chocolade van Cote d’Or.
Intussen wordt er nog gewerkt op de nieuwe job en veel gelachen.
U begrijpt dat de rust in lijf en leden ver te zoeken is.
Matthias Schoenaerts zegt deze week in Humo dat hij zichzelf graag soms in de koelkast zou steken voor een paar maand. Dat absolute rustpunt, het op uzelf kunnen zitten, in de hoek van onze woonkamer met een boek, of tijd nemen om dingen goed te doen, om dingen te overdenken.
Het zou goed zijn voor mij om wat dingen op een rijtje zetten. De boom van allerlei en meer en teveel die boven mijn hoofd groeit wat bij te snoeien teneinde echt te groeien en niet te woekeren naar alle kanten. Even op mezelf zijn, en even hard genieten als ik nu doe, maar misschien niet de hele tijd andere mensen in mijn gedrag betrekken. Of ermee belasten. Niet voor drie jongens een boon hebben en daardoor echt niet rustig zijn. Niet praten over iemand die mijn hart heeft gestolen maar waarmee het enige contact dat we hebben zich beperkt tot emails want hij zit al maanden 4500km verder. Want daar slaap ik niet van. Niet hele tijd blij als een kind in een speelgoedwinkel te lopen en als het ware over alles enthousiast zijn maar de dingen laten gebeuren. Maar het is zo moeilijk als je altijd àlles wil. En nooit eens niet op één ding geconcentreerd kan zijn. Dat je altijd voor de hemel gaat maar veel mensen eender welke heuvel al ok vinden. Dat ge wilt jongleren met twintig verschillende activiteiten en duizend mensen met wie ge wilt praten, tot ge merkt dat ge uiteindelijk daardoor gesprekken te vluchtig afwerkt, niet gaat voor wat ge zoekt. Maar tegelijk zoveel genot vinden in wat ik wel doe.
Het is begging for mercy hier. Ik hou teveel van het leven denk ik. Ik ben te gulzig en ook dat heeft nadelen.
Maar Bette Miller indachtig: “It’s the heart afraid of breaking that never learns to dance. It is the dream afraid of waking that never takes the chance. It is the one who won’t be taken who cannot seem to give. And the soul afraid of dying that never learns to live.” Beter volle petrol leven waarbij de temperatuur van uwe motor af en toe eens de hoogte inschiet, en ge misschien soms al eens in te hoge versnelling zit, dan in panne aan de kant staan. Ik zie wel. Er zal wel een dag komen waarop ik zal weten wat ik ongeveer wil en wat niet.