it’s the darkest right before dawn

Jongleur is my middle name tegenwoordig. Ik hou een heel aantal zaken de lucht in, probeer niks te laten vallen en het slorpt alle aandacht en energie op. Zeker als ge uzelf van tijd eens uit den décor moet plukken – wegens weer eens uit de bocht gevlogen. En het was erger dan blikschade.

De man die ik voor het gemak even de idioot noem had – zij het niet vanaf het eerste ogenblik – hemel en aarde van plaats veranderd. En, helaas pindakaas, u weet al dat dat niet goed afliep. Goede vrienden wisten me te vertellen dat het beter was zo, blutsten mijn ego verder uit, drukten me op het hart dat ik er niks aan miste, er een goeie hoek af was, veegden me van de badkamervloer bijeen terwijl ze herhaalden dat hij een eikel eersteklas was, en – topargument en beroepsmisvormend als wij politologen zijn – wie wil er nu iemand daten die voor de zwartzakken stemt. Dat deed hij, ja. En het zou normaal voor mij – tolerant en goedlachs, superdol op vreemde en bekende vogels van alle soorten en maten zowel in Antwerpen als op buiten de landsgrenzen – een Afknapper Van Formaat zijn. Bon, om maar te zeggen: ge kent dat wel: ge voelt u zo stom als het achtereind van een varken, ge slaapt slechter dan een frontsoldaat, ge loopt spaak als ge wandelen gaat (danku De Mens) en de dagen slepen zich voort. Ik had op het einde van die week een Belangrijk Examen af te leggen en het kon me geen bal schelen. Geen bal. Ik sukkelde op donderdag zelfs zo in de put dat ik uit miserie ging hokken in het appartement van K. en H. in Leuven, terwijl zij moesten blokken en uitgingen en ik natuurlijk helemaal niet meekon wegens de dag erop in alle vroegte dat examen in Brussel – en dat terwijl mijn eigenlijke bed in Brussel staat. Kortom, van de kaart, van het paadje, in de prak.

Zaterdag was dan de eerste echte mooie dag van het jaar, laatste week van april, tijd voor de XL zonnebril op de neus en met luide muziek naar de stad, alwaar E. van de E-zegen en ik een pakje zouden maken en vooruit dan, een showke ineen steken want een vriendin van ons gaf die avond haar feestje daar ze naar het andere eind van de aardbol verhuisde luttele dagen later. Maar E. en ik hadden elkaar in tijden meer gezien dus we zeiden tegen onszelf live a little en kochten een boerenbroodje en aten dat op in de zon aan een standbeeld en babbelden over het leven en vooral de neerwaartse draaikolk die mijn bestaan was geworden – geheel tegen mijn natuur in. Over hoe je soms niet rationeel je gevoel kan sturen, en ge verdekke weet dat dit het allemaal niet waard is, maar u desalniettemin zo tof als een dweil blijft voelen. ’s Avonds thuis met de mama eten in de tuin en de babymans van de zus kwam slapen – en dat manneke is een waar genot.

Tegen elven des avonds hijste ik mij dan tegen mijn zin in party-outfit en poogde mijn wallen en doffe blik zo goed mogelijk op te poetsen om naar een feest te gaan waar ik naast E. van de E-zegen en het meisje dat naar de andere kant van de wereld zou vertrekken niet echt veel mensen kende.

Maar it’s the darkest right before dawn, en het was de volgende ochtend, toen ik een u-turn maakte op het Sint-Andriesplein met vier zatte meisjes giechelend op de achterbank en een erg leuke jongen naast mijzelve, dat de zon weer doorbrak. En hoe. Maar da’s voor een andere keer.

5 Reacties

  1. En meid, hopelijk is die volgende keer niet pas binnen een maand :)

    ik miste uw schrijfsels.

  2. hehe dank lime – maar ge weet het, als het stil is hier, ist druk daar.

    I still owe you a schrijfsel, ben het ni vergeten.

  3. Zalig geschreven, weerom.

  4. Inderdaad een plezier om te lezen. :)

  5. De man die ik voor het gemak even de idioot noem had – zij het niet vanaf het eerste ogenblik – hemel en aarde van plaats veranderd. En, helaas pindakaas, u weet al dat dat niet goed afliep. Goede vrienden wisten me te vertellen dat het beter was zo, blutsten mijn ego verder uit, drukten me op het hart dat ik er niks aan miste, er een goeie hoek af was, veegden me van de badkamervloer bijeen terwijl ze herhaalden dat hij een eikel eersteklas was, en – topargument en beroepsmisvormend als wij politologen zijn – wie wil er nu iemand daten die voor de zwartzakken stemt. Dat deed hij, ja. En het zou normaal voor mij – tolerant en goedlachs, superdol op vreemde en bekende vogels van alle soorten en maten zowel in Antwerpen als op buiten de landsgrenzen – een Afknapper Van Formaat zijn. Bon, om maar te zeggen: ge kent dat wel: ge voelt u zo stom als het achtereind van een varken, ge slaapt slechter dan een frontsoldaat, ge loopt spaak als ge wandelen gaat (danku De Mens) en de dagen slepen zich voort.

    ZO HERKENBAAR!!

Reageer