Ze zeggen dat de tijd stilstaat als ge hem ontmoet. Dat de geluiden en mensen rond hem wegsterven en ge alleen nog maar in zijn ogen kunt kijken. Dat ge engelkes hoort zingen, dat de wereld stopt met draaien, dat de bliksem inslaat en tfilmke van uw leven samen voor uw ogen schiet.
Niets van dat alles.
En toch zit het reuzediep en is het wazig en zot en dichte mist. Het geeft kriebels en doet mijn knieƫn knikken, het doet me huilen en panikeren en naar adem snakken en ik moet vaak met mijn ogen knipperen om zijn blik of gezicht of rug of gedachte aan zijn hand op mijn been terwijl hij reed die langsflitsen terwijl ik serieus werk doe, weg te krijgen.
En het is niet hij. Ik ga gewoon kopje onder omdat hij alles triggert waar ik doodsbang voor ben, hij kwam toevallig langs en daagt me uit, hij positioneert zich zodat ik mezelf moet positioneren, hij duwt en houdt me uit en in balans tegelijkertijd. En dat, dat durven openstellen, dat gaan voor iets puurs en hoog dat u doet stoppen met eten, naar adem snakken en dingen voor hem doet doen die ge nooit van uw leven zou doen, brengt paniek in dit eierhoofd.
En tis maar door toch in het bad te springen dat ge leert zwemmen.
Ik vind, vollepetrol, dat wij eens een pint moeten gaan pakken. Wat zeg je?
Och, de mensen zeggen zoveel, maar kunnen die zelf wel zwemmen?????
hey vollepetrol
mooi gezegd !
springt er maar is met ne plons in !