just a perfect day

Buitenstappen met de perfecte lach op je gezicht bij de tandarts.

Race-ke doen in Antwerpen Centraal met uzelf op de gewone trap en twee jongetjes van een jaar of acht op de roltrap. Ze moesten lachen om mijn stiekeme spurtjes van tijd tot tijd, en noemden me “mevrouw”.

De krant lezen in de zetel met een Café Bouché in de Caffénation. Erna muntthee toe. En allemaal domme vrouwenboekjes in plaats van deze klepper. Je plaats afstaan aan twee dankbare meisjes. De vrieskou in.

De it-bag van mijn dromen gevonden.

Zus en favoriet accessoire met haar in de stad. Elkaar zien en samen wat eten hier. Daar telefoon krijgen van de jongen die het beste knipoogt, en die zus’ favoriet accessoire G. kent. Leuk weerzien en mijn huid verbergt niet hoe blij ik ben de knipoogjongen te zien. We drinken iets met vieren. De knipoogjongen kijkt zo lief naar zus’ bollende buik. Een paasei op pootjes noem ik haar, met haar korte grijze jasje gestrikt pal over wat over een maand een echt kindeke gaat zijn.

Hij en ik zwieren de stad in. Naar de botanique. Door de school naar het Mechelspleintje. Warme chocomelk scoren en babbelen over voorlezen.  Op naar andere oorden door de vrieskou. Ik vertel hem korte stukjes uit Pluk van de Petteflet aan de hand van de postkaarten die ze hebben. We zeggen als je een dier zou zijn, dan… en vergelijken elkaar met de dieren van elke bakvorm in de winkel. We testen de pastamaker. De deegrol. Het Italiaans koffiemachientje. De knoflookpers. De rugwasborstel. Het speelgoedkeukentje. De eend met flappootjes. Het stokpaard. De tekendoos. De vingerverf. Het magneet kleedmeaanjongetje.

We vinden een mikadospel en spelen het. Ik win en hij mag kiezen wat de overwinnaar krijgt, naast een pak slaag omdat hij sowieso niet tegen zijn verlies kan.

We nemen afscheid aan de voet van de eerste wolkenkrabber. Hij gaat trainen, ik ga Fnac waarts.

Ik zou Everything is illuminated kiezen, zegt een stem naast me. Ik kijk op en kijk naar hem. Het is ongelofelijk. We hadden gesmst dat we contact wilden houden maar niemand van ons twee had er een poot voor uitgestoken. En net vandaag licht hij  de Fnac op, waar ik mijn broers cadeau voor de Sint opkoop. We zwerven wat rond. We gaan iets eten. Het is leuk.

Ik neem de bus naar huis en een douche en ga naar een feest waar de jongen is die op een ander continent werkt. Ik zie hem nadenken als hij met me praat. Met zijn twee truien en mutsje omdat hij het zo koud heeft na het zomers weer in India. Het is leuk en stom tegelijk.

Delicious ambiguity, I tell you.

There are no comments on this post

Leave a Reply