el zorro

In de winter van twee jaar geleden liep er een Spaans paradijs aan mijn hand dat nog steeds El Zorro heet. We verdwaalden in Parijs en hij maakte verse fruitsla vanaf het moment dat ik mijn ogen opendeed, we stonden in pyama op het balkon van de zon te genieten en imiteerden de kus die in mijn banner staat – voor het Hôtel de Ville inderdaad. Mooie tijden onder de koude winterzon. En toch gingen we kapot. Omdat ik het ergens niet meer zag, de weg die we ons bijeen gedroomd hadden. Omdat nog eens naar Parijs komen meer dan een jaar en half erna me te veel investering was. Omdat ik nood had aan ruimte en plek om mij te zijn, in alle mogelijke kleuren. En ik vond dat hij er niet bijhoorde. Of inpaste.

Ik vergeet nooit het moment waarop hij – net terug van een feesttripje met zijn maten in Brussel met een reuzekneuzing aan zijn rug door van een podium te stuiken – een zwart plat doosje tevoorschijn toverde waar tussen alle andere pralinetjes een bloedrood chocoladen hartje zat. En het moment waarop hij uit bed sprong en het doosje vertrappelde, en we de slappe lach kregen en de geplette chocolade opaten, al pratend in ons erasmusfrans. Hoe hij me elke avond in het Spaans een verhaaltje vertelde, met zijn arm om me heen en zijn mond tegen mijn oor. Altijd over een jongen en een meisje en wat ze die dag gedaan hadden.

Een paar weken geleden liep ik op een avond langs de winkel op de Zavel waar hij destijds was binnengestapt en mij het doosje had gekocht. En ik had zo’n spijt. Ik heb hem meteen gebeld en gevraagd of hij geen chocolade miste, zo daar in Londen (want hij heeft Parijs ingeruild voor Londen deze zomer, net toen die andere jongen uit Londen terug naar Antwerpen kwam). En hij miste het. Sindsdien hangen we weer met elkaar aan de telefoon. En sturen berichten op onmogelijke uren. En kijk, gisteren heb ik na tien minuten draaien in de chocoladepracht, mijn keuze gemaakt, net hetzelfde doosje, om het naar hem te sturen.

En mijn hart bloedt eigenlijk. Ik heb zo’n spijt. Ik wil dat hij vraagt of ik niet langskom. Of dat we mekaar in St. Pancras kunnen zien en dan stel ik me voor dat ik op hem afloop en in zijn armen spring en alles weer is zoals het was. Maar dat is erg idioot, aangezien ik hem brutaal gedumpt heb en he has moved on. Denk ik. Of hoe ik een kei ben in mezelf altijd met iets in mijn kop te steken dat onmogelijk, irrealistisch of gewoon heel erg voorbij is.

There are no comments on this post

Leave a Reply