Zon op uwen bol, de armen in mekaar gehaakt en samen wat eten in een hippe keet – met een tarte aux myrtilles toe. Mooie jongens uitchecken -al dan niet strak in het pak, vergezeld van mooie deernen of hun dossiers, sommigen breedlachend en ontspannen babbelend en anderen net met verbeten trek om hun mond – bijkletsen over het weekend en terugwandelen naar het immense gebouw waar ze werkt, dat er helemaal koper uitzag. En op de eerste verdieping zat ex-huisgenoot en favoriete vriend C. te werken. Met onze handen als pet tegen het felle licht, en zwaaien maar. De man kwam naar beneden om snel dag te zeggen, twee zoenen op mijn wangen te duwen, goedkeurend te knikken toen iemand een compliment maakte over mijn jasje. En toen onze handen koud werden zwaaiden we dag en werd er cappuccino gedronken en sigaretten gerookt op een richeltje en muizenissen over het dagelijks bestaan tegen het licht gehouden. En zo viel me op dat zelfs door de meest onderbelichte negatieven in mijn leven dankzij de maten toch nog altijd genoeg zon komt.
da klinkt zo heerlijk leuk…