twee slettenbakken bijeen

“Ma gij!!” Hij hangt in een hoek van zijn zetel in zijn gestreepte trui en met zijn haar op halfzeven en in zijn jeans en ik zie hem gewoon zo graag. “Gij!!! Gij zijt de grootste player die ik ken!” en ik sper mijn ogen open en ga rechtzitten en voor ik iets kan zeggen “Ik zal het u morgen komen zeggen, als ik u het zie doen.”

Want morgen zijn wij afzonderlijk van elkaar op hetzelfde feestje in de hoofdstad. Met verschillende vrienden.

En ik zeg “Ik ben dat hélémaaaal niet! Ik kan er niet aandoen dat enthousiast en lief zijn de bottomline van mijn gedrag is. Dat mensen daar foute conclusies uit trekken, is dat dan mijn schuld?” Waarom zeg ik dit? Ik kan mezelf wel slaan. Als het bij één iemand niet het geval is, dat er meer achter zit, dat het lief en enthousiast en actief zijn er was omdat ik er tot over mijn oren inzit, in hem leuk vinden, dan is het hij. En omdat een avond op zijn zetelke hangen zelfs mij – de helpikhaatsleur en nééiksettelvanmelevenniet – gelukkig maakt. “Maar als je dat bij jongens doet die dit niet gewoon zijn….” “… zoals bij mij in Parijs…” En dan ace ik het niet. Dan zeg ik heel erg naïef “Wil je mij iets zeggen misschien?” Waarop hij wegkijkt.

“Tis toch duidelijk hé! Die denkt gewoon over u wat gij over hem denkt. Tzou nog goe werken, twee slettenbakken bijeen ;) ” zei vriendin K.

Ik snap gewoon niet waarom ik er zo moeilijk over doe. Echt echt niet.

One Response

  1. Zoals je hem beschrijft: “Hij hangt in een hoek van zijn zetel in zijn gestreepte trui en met zijn haar op halfzeven en in zijn jeans en ik zie hem gewoon zo graag” begin ik ook bijna te zwijmelen.

Leave a Reply