4 manieren om op iemand te wachten

Ik wacht niet op iemand. Ik wacht op iets. Maar misschien een beetje op de beiden. Wel meer op het ding dan op de man. Het ding dat in mijn mailbox moet geraken. Dat moet zeggen “Beste, we hebben je brief ontvangen en zijn wildenthousiast! We willen je op de job!! Kom maar snel je contract tekenen!” Of dat ik op gesprek mag gaan, dat is ook goed.

In elk geval zit ik te wachten. Op een mail en op de jongen. Op duizend manieren.

Vier manieren om op iemand te wachten.

1. Zittend. Denkend aan liggen. Je handen
strijken rimpels in het tafellaken glad
rond een gerecht dat moeilijk en te veel
voor twee en niet als op het plaatje is,
maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het
doet zijn best niet in te zakken, zoals
een ingehouden buik niet bol te zijn -
ook andersom is vergelijken.

2. Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen
en terug en toch weer naar de ramen,
omdat geluid zich buigt naar wat je
horen wilt, maar het niet is. Er danst
een stoet voorbij, verklede mensen die
iets onverstaanbaars juichen, van elkaar
goed weten hoe ze heten en te kijken
dansen dat je kijken moet.

3. Staand. Bij een ingang, uitgang waar je zei
dat, maar er zijn er drie, je weet niet meer
of die of deze. Van blijven staan komt
niemand tegen, maar met bewegen
wordt haast bereikt wat net verdween.
Zeker nog niet gezegd wie blijft en wie
beweegt en wie dan wie wanneer
en van hoe ver weer ziet.

4. Niet.

(Joke van Leeuwen)

2 Responses

  1. Hoe doe je dat niet? want dat zou ik willen kunnen…

  2. Ik denk dat ik de eerste 3 ook al geprobeerd heb, het wordt misschien tijd voor het vierde…

Leave a Reply