Wij zaten vrijdag met twee aan een tafel in een café en het was het midden van de nacht. De avond was begonnen met veel van zijn maten aan de schuimwijn en ik die drie uur te laat arriveerde op zijn verjaardagsdrink. Met chocotoffs ingepakt in reclamepapieren met mooie vrouwen op. Ik stond nog niet in zijn appartement of we begonnen weer als vanouds met elkaar te lachen. Dat ik – zolang ik geen job heb – bij hem mag komen kuisen. En dat hij al een emmer voor mij had gekocht. Waarop hij de kast indook en vroeg of die naar wens was. En of ik de Mr. Proper bijhad. En dat mijn loon uit héél véél appreciatie zou bestaan.
Hoe ik binnenkwam op zijn nieuwe stek op het Zuid en er niemand kende. En hoe hij dan bij mij blijft staan en wat voor mij zorgen – hoewel mijn mond en ego groot genoeg zijn om vrienden te maken. Hoe ik had gezworen na dat nachtelijk telefoongesprek in mei om nooit nog mij door hem te laten vangen. Hem finaal van de lijst te schrappen, en er gewoon vrienden mee te zijn.
Toen kwamen er weer telefoontjes. Kleine waar zit ge? Zijt ge van de wereld gevallen? Is het niet veel te lang geleden dat we elkaar hebben gezien? Wat doe je zondag, laat ons van ’s namiddags maar afspreken, dan kunnen we nog wel zien wat we doen.
Waarop ik al incalculeer dat hij het zaterdagnacht sowieso zal afzeggen, en los iets anders over die afspraak plan – namelijk een feest in Brussel en daar blijven en dan op het Vossenplein mijn zondag doorbrengen met koffie en goed gezelschap. Waarop alles in het water valt met hem.
En donderdag was hij jarig. Dus belde ik. Want dat doen vrienden. En ineens is het weer heel leuk. En nodigde hij me uit voor zijn drink. En als ik ophang zegt mijn moeder wat ben je hard voor die jongen.
En dan eindig je, met twee in de koekenstad aan een kleine tafel en maak je een giant kaartenhuis met bierkaartjes. We praatten over alles wat ons bezighield. Hij werd ontzettend boos toen ik hem vertelde wat iemand die me ontzettend na staat, had gezegd over mij – namelijk dat ik arrogant en respectloos ben. En we wandelden over de kaaien naar huis, arm in arm. En we passeerden een frituur waar een meisje van mijn middelbaar stond aan te schuiven en ze keek heel erg en ik knikte. En ik babbelde en ik was op mijn gemak. En toen kwamen we langs mijn jaren ‘80 bolide en zeiden we dag.
Zonder zoen.
Ik word hier gek van. Ik heb het gevoel dat het duidelijk is en toch niet, dat hij me toen in mei enorm heeft afgewezen en het wel duidelijk is, en ik verwijt me mijn blindheid. Maar tegelijk geloof ik niet dat er niks is. Dus het enige dat erop zit, is ervoor gaan.
Maar hoe doe je dat als er zoveel vriendschap op het spel staat?
Zeker als dat dezelfde is als in de vorige berichtjes, zou ik er ook voor gaan.
En hoe? Dat voel je wel aan op het moment zelf.
Vooral niet teveel over nadenken. Als je je er maar goed bij voelt, zou ik denken…
[...] er zijn kosten aan [...]