Gisteren was ik op een concert ter ere van Jeff Buckley. Toen die stierf was ik nog een broekje en had net mijn eerste hippe adidassen gekocht. De zomer daarop leende ik Grace van een jongen die krullen had die als manen rond zijn hoofd vielen. Ik zat als kleinerd bij hem op kot, in zetelkes van de cinema, en we praatten over het onszelf en over hem en over mij en hij was een man en ik was een meisje. We zeilden rond met de zon op ons hoofd en elke keer als ik mijn tas pakte naar andere oorden, speelde ik de hele cd, en was hij een beetje bij mij ook al ging ik van hem weg. Het waren tijden van Grace en van twee keer Live op Werchter. Van zijn hand in de mijne, van ontbijt op bed en van onnozel doen op het plein voor hetPaleis in de stromende regen. En van Nivea aftersun geur en met een pak melk onder tafel babbels doen in het midden van de nacht.
Milow zei op dat optreden dat Grace de soundtrack van zijn jaren ‘90 waren. Voor mij was het die twee maanden. Een toptijd, met teveel leukigheid, teveel gelach, teveel plezier, een reuzehigh die niet anders kon dan eindigen met tranen en ruzie. Met mezelf en hij allebei in een andere hoek en te trots om die op te geven. We lieten onze handen los en stopten met praten. Dus schreef ik.
zon lacht
hoog en luid
en ik rood
en jij bruin
touwen vieren
overstag nu
en jij de kenner
en ik onhandig
een platte knoop
krijg je nooit meer los
toonde je
maar
je legde er snel één ergens anders
ik dobber nu wat rond.
Zoals Buckley het zong in Jewelry Box: you left some stars in my belly. En dat is mooi genoeg.
Dat is van dat liedje Hallelujah denk ik, prachtig nummer!
mooi…
sprakeloos
Stars in my belly… leve Jeff Buckley
[...] sterren in een buik [...]