en vooruit vooruit vooruit

27 maart 2012 - Geef een reactie

Hoe komt het toch dat wij mensen, eens we het goed hebben en alles in handen hebben waar we enkele jaren geleden enkel nog van konden dromen – we toch de neus bij het volgende venster steken en zeggen: “nu wil ik dat!”

Het komt me zo bekend voor dat ik – bij elke opstoot – mezelf efkes in de linnenkast wil opvouwen. Want het start altijd uit een soort steentje in mijn schoen – hoe klein ook, het is onooglijk maar ik fixeer me erop en ik begin me er hartsgrondig over op te winden. Die opwinding katalyseert dan in een aantal uren waarin mijn humeur verpest wordt door het vaststellen van de frustratie en het feit dat het niet weggaat. Vervolgens begin ik mij er boos op te maken. En dan uitwegen bedenken – uren worden die dan worden doorgebracht op het internet en al pratend met de maten of de mensen die hetgene doen wat ik doe, inclusief plannen en budgetteren van skills die ik nog dien aan te leren en vaststellingen dat ik al veel te veel tijd heb verprutst in mijn jonge leven. Vervolgens focus ik me op een doel aan de einder, dat ik wil halen, zonder dat ik de nodige zelfdiscipline aan de dag leg. Ik hou me ledig met het doen van andere nuttige dingen en voel me schuldig als ik onnuttige dingen doe.

En zo een paar weken. Intussen heb ik opstootjes van plichtsbesef en koop ik de nodige boeken of materialen voor mijn doel. Vlagen van zelfvertrouwen wisselen af met vlagen van defaitisme. Maar meestal blijft het vooral het doel aan de einder, ver weg.

Tot het moment komt dat ik moet beginnen en dan met lange tanden begin en er eigenlijk lol in heb, maar het niet meer ten volle ten goede kan doen. en achteraf boos om de verloren tijd. De historie van elke uitsteller I guess.

Een andere vraag hierbij: vanwaar die drijvende ambitie – en waarom geen ambitie die echt hoge toppen scheert of me leidt naar nieuwe ervaringen (zeilen iemand? duiken iemand? lange reizen iemand?) het is altijd hakken over de sloot ambitie. ik zal het doen onder druk ambitie. 

whatever. Ik zit in elk geval met een nieuw plan en het doel is niet aan de zo verre einder. de kans op slagen is klein maar wie niet waagt…

vrienden

20 maart 2012 - Geef een reactie

Veel mensen verhuizen niet in het midden van hun leven: ze verdienen geld, steken dat geld in een stekje, en dat wordt een thuis, waar volk binnenstapt en er rond de tafel wordt gezeten, in de zetel gehangen en etentjes worden georganiseerd – al dan niet met drie dagen stress vooraf. Ik heb een fysieke plek als een huis (zelfs dat huis waarin in opgroeide) steeds gezien als wat het was: een hoop stenen met een dak erop. Weliswaar een gezellige hoop stenen, maar dat huis was dag en nacht verschil als mijn moeder er op woensdagnamiddag wafels stond te bakken in de keuken, of die keer dat ze in het ziekenhuis lag en het maar stil was. Ik wil maar zeggen – huis en thuis is voor mij veel meer de mensen die onder dat dak zitten. De capaciteit om te blijven lachen ook al woon je drie keer kleiner door onverwachte omstandigheden. De les die ik daaruit geleerd heb. En de vreemde dankbaarheid voor dat verdriet.

Uw compagnie, uw vrienden, het zijn spiegels van de ziel en ook wel tastbare en wandelende herinneringsstukken uit de eerdere jaren van uw leven. Wie heeft er niet een vriend of vriendin waarmee je toch goed bevriend bent, maar die je – als je hem of haar voor de eerste keer zou tegenkomen vandaag – nooit meer als zo’n goeie compagnon de route zou beschouwen? Wat niet de liefde en het geven om de persoon wegneemt. Het is dus meer wat je meemaakt samen dat je bindt dan waar je woont volgens mij – of hoe verklaar ik anders die geweldige connectie met een Australische Erasmusvriendin die ik slechts een handvol keer heb gezien sind 2005 en die connectie blijft?

Terdege bewust dus van schakeringen en op welke manieren je je aan mensen bindt en zij aan jou, en toch iedereen achterlaten. Dat vond ik het moeilijkste aan verhuizen. Mijn web van zalige vrienden en supermensen en buurters en sporters en drinkers en brunchers en babbelaars en koffieverslaafden lossen om een ander leven op te bouwen op een andere plaats. Zonder hen. De eerste weekends in een vreemde miljoenenstad waar je grappig genoeg niemand kent. Maar ze zijn er nog, die vrienden. Ze staan met tienen tegelijk klaar als je nog eens in het Belgenland bent. Waar dan duchtig en spontaan gefeest wordt in de ruimte die ooit je woonkamer was.

En toch. Het belang van die vriendschappen en mensen die we vrienden noemen. Zeker nadat je landt in een plek waar veel van de waarden diametraal tegenover de jouwe staan, waar ondanks alle oppervlakkige gelijkenis bijzonder veel zo verschilt van wat jij voorop stelt in het leven. Einstein beweert en ik kan niet anders dan akkoord gaan: “Without the sense of fellowship with men of like mind, (…) life would have seemed to me empty.” Hoe waar! Hoe eenzaam als je ergens verzeilt met aangenaam gezelschap, maar het past op de een of andere manier niet. Je voelt dat je beiden totaal andere dingen nastreeft, andere dingen waardeert, andere dingen als eerste noemt bij het beleven van avonturen.

En hoe heerlijk als je iemand ontmoet waarin je een glimp van die zo gemiste vrienden thuis in kan opvangen. Hetzelfde gezellige. Hetzelfde scherpe. Hetzelfde lak aan conformiteit. Hetzelfde aantal fietsen. Zalig.

the beginning is the most important part of the work

18 maart 2012 - Geef een reactie

En hier ben ik weer. Het gaat af en aan dat bloggen maar het blijft een reuzegoede manier om de gedachten te ordenen. Maar dus bij deze vervul ik een lang geleden gemaakte belofte aan deze dame. En ook een aan mezelf.

Here we go again! Vanuit een andere tijdszone en een ander continent, maar nog altijd wie ik ben, en in volle evolutie op de rollercoaster (ik kan het iedereen aanraden een verhuis!) Je huis, je omgeving, de taal, de cultuur, wat je eet en wie je bent wordt dooreengeschud, en daar begin je, compleet onbeschreven, aan je leven dat hetzelfde en toch zo helemaal anders is.

Een frisse wind, een bezemsteel door je hoofd en daar ga je. Ik zit weeral boordevol nieuwe plannen, maar nu moet ik ze ook waarmaken, minder bij dromen blijven. Ik start bij START en ga drie plaatsen vooruit – hoera!

you only live once.

13 januari 2011 - Eén reactie

Ik heb zes maanden de benen van onder mijn lijf gelopen voor mijn job, met dagen van 8 uur ‘s ochtends tot 21 uur ‘s avonds – met uitschieters naar boven (tem 2 uur ‘s nachts)… Maar sinds december is ons project afgerond en haalt iedereen van ons team opgelucht adem. Elk van ons probeert dan ook  zoveel mogelijk privétijd in te halen, en ik vorm daar geen uitzondering op.

Er is een leven in werk: één dat vaak uitdagend, spannend, grappig, interessant, tof, stressy,  en ronduit crazy kan zijn. Ik ontmoet er interessante mensen, ik leer er bij tegen honderd in het uur, ik ben op de hoogte, ik moet flexibel zijn. Maar toen de verantwoordelijkheid opschoof zoals voorzien eind december, en wij op de schouders geklopt werden door onze hierarchisch meerderen, en we zagen dat het goed was, toen was het tijd voor de mens in ons!

Dus jumpte ik in Ford Feest op 21 december, en verlieten het lief en ik het witte Brussel richting noorden, naar Hamburg. Alwaar zijn familie woont, als u zich afvraagt wat ik daar te zoeken had. En spendeerden een weekend in een witte wereld, bezochten petekindjes en nieuwe kleine zusjes ervan, vierden pré-kerst à l’allemande (ze kunnen er wat van, ginder!) en nam ik de trein terug om kerstavond thuis te vieren. Door veel vertragingen en veel sneeuw was ik er pas tegen het dessert, maar dat kon de pret niet drukken.

Nadien echt kerstfeest op 25 december met pakjes en zelfs een tutje voor mij: of ik meter wil worden van de nieuwste aanwinst in onze familie – het hoog bezoek wordt verwacht voor mei! Can’t wait!

Daags nadien richting warmere oorden met oude vrienden. Niets is beter dan oude vrienden en veel tijd, en verse mangosap en een strand, en oude steden en stenen met geschiedenis, en vreemde culturen, andere smaken en een bonte sterrenhemel ‘s nachts in de woestijn. Op een of andere vreemde manier werd iets me superduidelijk.

You only live once.

Natuurlijk is dit een huizenhoog cliché. En natuurlijk weet iedereen dit al. Maar het was alsof het besef ervan doordrong: there is no time to waste. Je bent maar één jaar 26, en leef het ten volle. Maar wat wil ik doen in dit ene leven? Het is zo vol van dromen en zo tegenstrijdig ook: ik wil hard werken en een carrière waarin ik me amuseer en bijleer hoe oud ik ook word. Ik wil een leven opbouwen met de man die ik graag zie. Ik wil nog leren duiken, golfsurfen en zeilen. Ik wil beter leren snowboarden. Ik wil gaan reizen en zwerven in de wereld. Ik wil beter Frans leren. Ik wil Arabisch leren. Ik wil Chinees leren. Ik wil in het MIdden-Oosten wonen. Ik wil in Peking wonen. Ik wil in New York wonen. Ik wil beter foert leren zeggen en geven om de dingen die belangrijk zijn. Ik wil een loslater zijn. Ik wil een open minded en zen mens worden. Ik wil meer boeken lezen.

Ik wil honderdduizend levens tegelijk leven.

En toch vind ik mezelf nog te vaak terug in mijn hoekje: in plaats van naar buiten te kijken wil ik net soms veel rust. In plaats van kansen te grijpen, ben ik verlegen en zou ik het liefst opgaan in het behang dan een stap vooruit te zetten en te zeggen “Dit is het, dit ben ik en dat zijn mijn ideeen”. Ik laat het leven door mijn handen glippen, vind ik. Het werken kan me opslorpen, en het is geweldig, maar tegelijk is het een mallemolen die ver weg staat van alles waar een mens rust en tevredenheid in vindt: goede vrienden, tijd, gezond eten en goed lachen. Dan komen genieten en geluk heel vanzelf.

Dat het een opdracht is, zoals Neruda al zei, jezelf altijd blijven herinneren dat het leven zoveel meer is dan enkel ademen, of in zijn woorden: “recordando siempre que estar vivo exige un esfuerzo mucho mayor que el simple hecho de respirar.”

Ik hoorde net dat ik nog belachelijk veel vakantie heb staan die voor augustus opmoet… Misschien daar al eens mee beginnen.

het juiste moment

26 oktober 2010 - Geef een reactie

Voor de job word ik geacht te vertrekken naar het buitenland. En dus sprong mijn hart op van enthousiasme toen ik gisterenavond van de mogelijkheden hoorde: ze omspannen de wereldbol en ik heb maar te kiezen – olé! De wind een hand gaan geven, de horizon tegemoet, geen getreuzel, leven quoi!!

Dus bij thuiskomst stuiterde ik binnen en verwachtte hem even enthousiast, wegens dat hij altijd had gezegd dat hij in principe openstond om mee te gaan als het zover was.

Maar ik denk dat de realiteit wat te dichtbij kwam, en hij murmelde dat hij zo graag in Brussel is. Dat was niet wat ik wou horen. Maar ik besloot hem tijd te geven en er niet op in te gaan.

En toen na het eten, pakte hij de gitaar en zongen we een paar liedjes, en op het einde zong hij Angeles van Eliott Smith. En hoe ik besef dat ik hem niet wil kwijtraken, want hij maakt het leven edgy, hij doet kleine dingen die recht naar mijn hart gaan.

En hoe tegelijkertijd ik altijd dat soort pad heb gevolgd, van te gaan voor mijn doelen, voor wat ik wou, zelfs als het botste. Zelfs als ik dingen riskeerde te verliezen (en ze ook verloor).

Deze morgen dus niet in al te vrolijke moed. En dacht aan een goede vriend van mij die exact in dit dilemma zit, voor over drie jaar. Hij is ook een hele goede vriend van mijn lief. En hoe hij ook altijd die buitenlandmicrobe heeft, en ze moet bevechten, en erdoor in zware relatiecrisissen geraakt met zijn eigen lief, die dat niet zo goed ziet zitten. En hoe ik met hem wou praten, hij kent het vanbinnenuit en hij draagt elk van ons twee een warm hart toe.

Ik besloot te wachten met met hem te bellen tot ik eens de kans had door te praten met mijn eigen vriend. Dat was fair.

En kijk, om kwart na 12, de telefoon. “Ik ben in je buurt, tijd voor snelle lunch?” De maat in kwestie. Ik had geen tijd maar maakte het. Kop en hart hadden het nodig. En toen we weggingen zei “I feel your pain, sista.

Dus voelde ik me al een pak minder alleen.

thuiskomen

24 oktober 2010 - 2 Reacties

Sinds 1 september delen mijn vriendje en ik hetzelfde dak boven ons hoofd en thuiskomen is altijd een feest als hij er is. Ik stommel dan de trap op (we wonen op het derde & vierde verdiep van een oud herenhuis) en als er licht brandt is valt er altijd wel iets te beleven.

Dan val ik met de deur in huis, roep ik zijn naam en hoor ik hem meestal van ergens in huis komen aanstormen, armen hoog in de lucht. En ik altijd blij, zoen hier, kneepje daar, armen om me heen.

Soms wordt er een toerke gedanst in de hall, soms hebben we gewoon kruisende koersen en begroeten we elkaar met jas aan – hij om terug te vertrekken. Soms trippel ik op mijn tenen rond om hem niet wakker te maken als ik laat terugben. We gaan niet vaak op hetzelfde uur slapen in de week, maar hij pakt me altijd vast als hij naar bed komt. En ik geef hem altijd twintig zoenen elke morgen net voor ik de deur uitsluip.

En dan begint de dag, vol met telefoons, briefings, rennen, springen, vliegen, vallen, opstaan en weer doorgaan en over en weer hossen en duizend vragen van de collega’s en dan ‘s avonds duffel ik mij in om naar huis te fietsen. En dan na de drie verdiepen trappen op heb ik meestal sjaal en handschoenen al in de hand, als ik de deur binnenval, en hem hoor stommelen om me te begroeten. En begint het van vooraf aan.

Héérlijk.

reboot

21 oktober 2010 - 2 Reacties

En ik ben terug!

kan iemand alstublieft efkes op mijn kop slaan?

24 januari 2010 - Geef een reactie

Mijn oma is uiteindelijk gegaan op de verjaardag van mijn zus. Ze sliep en had geen pijn meer. Dus dat zou moeten troosten. Helaas.

Mijn dagen zijn zwaar. Ik ben ook na het nieuws gewoon blijven doorwerken. Ik ben dinsdagavond gaan groeten. Ik ben woensdag met een gat in mijn buik ‘s avonds bij mijn lief gebleven. Ik ben donderdagavond in bad gebleven tot het water ijskoud was en er grote bulten kippenvel op mijn buik waren. Ik ben vrijdag onder de mensen geweest (dat deed goed). En nu, thuis, met familie in verdriet en in activiteiten, zus van wacht dus mama daar om bij haar kindje te blijven als ze wordt weggebeld. Broer op voetbalveld. Lief in Brussel, papa met een koud hart in Finland. En de leegte van de afwezigheid van het antwoord: waarom? waarom moet je mensen afgeven? waarom bestaat de dood?

Hoe ik me voel vallen heel traag, meter bij meter, knal door de bodem van mijn mandje dat ik opnieuw had zitten weven. Er zit zo’n  leegte in het leven. Dat afgeven van mensen zonder nut. Dat vechten tegen de helaasheid der dingen. De eenzaamheid vervat in elk verdriet. Dat er veel is dat je kan delen maar ook veel niet.

snoeien

12 januari 2010 - Eén reactie

Hoewel alles goed en gelukkig en zelfs stabiel!, voel ik mij toch een beetje nen bokser die in de touwen hangt. Alsof de laatste jaren de rekker is opgespannen tot de max, en zelfs overstrecht, en nu ben ik gewoon uitgerekt en zit er niks spanning meer op.

Het klinkt erger dan het is, en het is niet erg. Ik ben niet verdrietig. Ik ben zelfs heel gelukkig. Ik ga nog op café en kan nog gek doen. Maar er zit een vermoeidheid in mij die niet valt weg te werken, ik ben heel gevoelig aan geluiden (de dampkap! de tv! muziek die net dat tikkeltje te luid staat! mensen die kletsen op de trein! telefoons!) en ik mis een drive of een flow. Terwijl ik vroeger een vat vol ideeën was. Tegen 300 in het uur leefde. Altijd maar wou proberen, proeven, on the go zijn.

Ik stel vast: mijn ideeënfontein is (hopelijk tijdelijk) opgedroogd. Het vat is af. De tank is leeg.

Ik stel vast: ik moet herbronnen, ik moet even afstand nemen. Want nu stomp ik een beetje af, ben niet gemotiveerd voor mijn (nochtans echt waar kei interessante werk – iets dat me interesseert nochtans, waar ik vaak mee bezig ben ook in mijn vrije tijd).

Ik stel ook vast: ik moet leren vergeten wat ik weet en weer wat meer op mijn eigen kompas varen. Beseffen dat bepaalde zaken belangrijk zijn en andere zaken niet.

Ik stel ook vast: ik ben de wilde naar alle kanten groeiende boom die ik was, aan het snoeien. En wie snoeit die groeit, maar pas na een periode van reflectie, stilstand, kortwieken en schoon schip maken. Wellicht is het ook dat waarin ik zit. Zonder te vergeten dat er een leven is, en dit ook te leven, maar minder gulzig. En voluit beseffend dat het voor mij op dit moment een noodzaak is dat het de hele tijd over mij moet gaan nu. Ik heb het gevoel dat ik zoveel heb gegeven dat ik nu even niet goed meer kan. Dat mensen maar eens aan mij mogen geven – maar ook hier geldt dit zeker niet voor allemaal.

Hoe leg ik dit uit?

Een detox for the mind ofzoiets?

Een deel van deze evolutie is mogelijk door de veiligheid en warmte aan de ene kant en vrijheid en flexibiliteit aan de andere kant die ik krijg van mijn fantastisch lief. Met hem heeft mijn leven meer reliëf en meer glans gekregen. Het is een balans, hij en ik. Het moet een balans zijn. En dat dwingt me om dwingender en nietsontziendender naar mezelf te kijken, dingen los te laten.

Een zeer vrij gevoel, dit kortwieken. Afscheid nemen. Opruimen. Plaatsmaken.

Jammer dat ik het nog niet kan combineren met een sabbatjaar. Een tijdje vrij, een tijdje rugzak op, een jaar terug tijd hebben om te studeren en uit de ratrace te stappen. Maar de mogelijkheid hiertoe komt dichterbij. En het enige idee (een periode sabbatical) dat ik dusver nog héb, kan zo rustig vorm krijgen.

twee keer een stomp in uw maag

9 december 2009 - 2 Reacties

Ik was aan zee in het WE, in het buitenland.

En toen op zondag ontploften er twee bommen in mijn buik. Ik zag gemiste oproepen uit Denemarken en Frankrijk, dacht dat mijn vrienden Julie die voor de COP15 werkt en Jean die er ook presentaties houdt voor Nature Rights mij wilden bellen en hallo zeggen (iets wat we proberen doen als 2 van ons drie samenzijn is om de derde te bellen en dan Carole King’s You got a friend te zingen). Ik kreeg ze niet te pakken.

Dan mijn broer, om af te spreken later op de avond in verband met terugbrengen van de auto, dacht ik. Maar het bleek slecht nieuws. Het lief van mijn nicht overleden, onverwacht, nog jong, vader.

Een wandeling aan het strand later, we laadden de vaatwas uit als ik nog eens mijn telefoon check. Een gemiste oproep en een bericht van Jean met de vraag “Did you hear…?” En nee ik had niks gehoord.

Ik had niet gehoord over de reis van Julies jongere en zeer coole broer. Iemand die ik slechts een paar dagen in mijn leven heb mogen meemaken; dagen waarin ik amper tijd had maar toch met Julie en hem en hun oudere broer op trot ging, we zongen Gwen Stefani en we zaten in de zon in Brugge en dronken bier, we babbelden en deden onnozel en vandezomer in Denemarken hebben we mekaar op een haar na gemist om de Kopenhagense nacht te verkennen – hij was groot, krachtig, complexloos, lachen, stoer maar eerlijk, direct en lief.

Hij is doodziek geworden ver van huis. Zijn reisgenoot heeft hem nog tot in een ziekenhuis gekregen. En ze hadden allebei iets van “ok, nu komt het goed. we gaan naar huis.”

En drie uur later was hij dood.

Hij komt vandaag terug. Maar niet bruingebrand en met een grote lach op zijn gezicht. Niet met een rugzak vol vuile kleren.

Zijn zus aan de telefoon hebben, met een stem verstikt door tranen, niks kunnen zeggen wat de pijn verzacht. Al twee dagen rondlopen met een steen in mijn maag, een donkere wolk boven mijn hoofd, onrustig slapen en de eeuwige herhaling in mijn hoofd ”waarom, waarom, waarom”.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.