kan iemand alstublieft efkes op mijn kop slaan?

24 januari 2010 - Leave a Response

Mijn oma is uiteindelijk gegaan op de verjaardag van mijn zus. Ze sliep en had geen pijn meer. Dus dat zou moeten troosten. Helaas.

Mijn dagen zijn zwaar. Ik ben ook na het nieuws gewoon blijven doorwerken. Ik ben dinsdagavond gaan groeten. Ik ben woensdag met een gat in mijn buik ’s avonds bij mijn lief gebleven. Ik ben donderdagavond in bad gebleven tot het water ijskoud was en er grote bulten kippenvel op mijn buik waren. Ik ben vrijdag onder de mensen geweest (dat deed goed). En nu, thuis, met familie in verdriet en in activiteiten, zus van wacht dus mama daar om bij haar kindje te blijven als ze wordt weggebeld. Broer op voetbalveld. Lief in Brussel, papa met een koud hart in Finland. En de leegte van de afwezigheid van het antwoord: waarom? waarom moet je mensen afgeven? waarom bestaat de dood?

Hoe ik me voel vallen heel traag, meter bij meter, knal door de bodem van mijn mandje dat ik opnieuw had zitten weven. Er zit zo’n  leegte in het leven. Dat afgeven van mensen zonder nut. Dat vechten tegen de helaasheid der dingen. De eenzaamheid vervat in elk verdriet. Dat er veel is dat je kan delen maar ook veel niet.

snoeien

12 januari 2010 - Eén reactie

Hoewel alles goed en gelukkig en zelfs stabiel!, voel ik mij toch een beetje nen bokser die in de touwen hangt. Alsof de laatste jaren de rekker is opgespannen tot de max, en zelfs overstrecht, en nu ben ik gewoon uitgerekt en zit er niks spanning meer op.

Het klinkt erger dan het is, en het is niet erg. Ik ben niet verdrietig. Ik ben zelfs heel gelukkig. Ik ga nog op café en kan nog gek doen. Maar er zit een vermoeidheid in mij die niet valt weg te werken, ik ben heel gevoelig aan geluiden (de dampkap! de tv! muziek die net dat tikkeltje te luid staat! mensen die kletsen op de trein! telefoons!) en ik mis een drive of een flow. Terwijl ik vroeger een vat vol ideeën was. Tegen 300 in het uur leefde. Altijd maar wou proberen, proeven, on the go zijn.

Ik stel vast: mijn ideeënfontein is (hopelijk tijdelijk) opgedroogd. Het vat is af. De tank is leeg.

Ik stel vast: ik moet herbronnen, ik moet even afstand nemen. Want nu stomp ik een beetje af, ben niet gemotiveerd voor mijn (nochtans echt waar kei interessante werk – iets dat me interesseert nochtans, waar ik vaak mee bezig ben ook in mijn vrije tijd).

Ik stel ook vast: ik moet leren vergeten wat ik weet en weer wat meer op mijn eigen kompas varen. Beseffen dat bepaalde zaken belangrijk zijn en andere zaken niet.

Ik stel ook vast: ik ben de wilde naar alle kanten groeiende boom die ik was, aan het snoeien. En wie snoeit die groeit, maar pas na een periode van reflectie, stilstand, kortwieken en schoon schip maken. Wellicht is het ook dat waarin ik zit. Zonder te vergeten dat er een leven is, en dit ook te leven, maar minder gulzig. En voluit beseffend dat het voor mij op dit moment een noodzaak is dat het de hele tijd over mij moet gaan nu. Ik heb het gevoel dat ik zoveel heb gegeven dat ik nu even niet goed meer kan. Dat mensen maar eens aan mij mogen geven – maar ook hier geldt dit zeker niet voor allemaal.

Hoe leg ik dit uit?

Een detox for the mind ofzoiets?

Een deel van deze evolutie is mogelijk door de veiligheid en warmte aan de ene kant en vrijheid en flexibiliteit aan de andere kant die ik krijg van mijn fantastisch lief. Met hem heeft mijn leven meer reliëf en meer glans gekregen. Het is een balans, hij en ik. Het moet een balans zijn. En dat dwingt me om dwingender en nietsontziendender naar mezelf te kijken, dingen los te laten.

Een zeer vrij gevoel, dit kortwieken. Afscheid nemen. Opruimen. Plaatsmaken.

Jammer dat ik het nog niet kan combineren met een sabbatjaar. Een tijdje vrij, een tijdje rugzak op, een jaar terug tijd hebben om te studeren en uit de ratrace te stappen. Maar de mogelijkheid hiertoe komt dichterbij. En het enige idee (een periode sabbatical) dat ik dusver nog héb, kan zo rustig vorm krijgen.

twee keer een stomp in uw maag

9 december 2009 - 2 Reacties

Ik was aan zee in het WE, in het buitenland.

En toen op zondag ontploften er twee bommen in mijn buik. Ik zag gemiste oproepen uit Denemarken en Frankrijk, dacht dat mijn vrienden Julie die voor de COP15 werkt en Jean die er ook presentaties houdt voor Nature Rights mij wilden bellen en hallo zeggen (iets wat we proberen doen als 2 van ons drie samenzijn is om de derde te bellen en dan Carole King’s You got a friend te zingen). Ik kreeg ze niet te pakken.

Dan mijn broer, om af te spreken later op de avond in verband met terugbrengen van de auto, dacht ik. Maar het bleek slecht nieuws. Het lief van mijn nicht overleden, onverwacht, nog jong, vader.

Een wandeling aan het strand later, we laadden de vaatwas uit als ik nog eens mijn telefoon check. Een gemiste oproep en een bericht van Jean met de vraag “Did you hear…?” En nee ik had niks gehoord.

Ik had niet gehoord over de reis van Julies jongere en zeer coole broer. Iemand die ik slechts een paar dagen in mijn leven heb mogen meemaken; dagen waarin ik amper tijd had maar toch met Julie en hem en hun oudere broer op trot ging, we zongen Gwen Stefani en we zaten in de zon in Brugge en dronken bier, we babbelden en deden onnozel en vandezomer in Denemarken hebben we mekaar op een haar na gemist om de Kopenhagense nacht te verkennen – hij was groot, krachtig, complexloos, lachen, stoer maar eerlijk, direct en lief.

Hij is doodziek geworden ver van huis. Zijn reisgenoot heeft hem nog tot in een ziekenhuis gekregen. En ze hadden allebei iets van “ok, nu komt het goed. we gaan naar huis.”

En drie uur later was hij dood.

Hij komt vandaag terug. Maar niet bruingebrand en met een grote lach op zijn gezicht. Niet met een rugzak vol vuile kleren.

Zijn zus aan de telefoon hebben, met een stem verstikt door tranen, niks kunnen zeggen wat de pijn verzacht. Al twee dagen rondlopen met een steen in mijn maag, een donkere wolk boven mijn hoofd, onrustig slapen en de eeuwige herhaling in mijn hoofd ”waarom, waarom, waarom”.

aan het einde van de ketting

26 november 2009 - Eén reactie

Gisteren zat ik aan de grote tafel bij mijn lief, met rondom een wereldwijze Franse, een Parisien, een Elzasster, maar ook een naar België uitgeweken Brit van de leeftijd van mijn moeder, een Filippijnse en een Servische. En mijn lief, van gemengd Pools/Duits bloed.

Ze praatten over hoe ze in Brussel verzeild waren geraakt en na het aanhoren van deze zwerftochten en opeenvolgende stadia van verschillende levens in eenzelfde lijf, besefte ik opnieuw wat een ongelofelijk toeval het is dat wij daar samen aan tafel zaten, en hoe insignificant wij mensen eigenlijk wel zijn – in het licht dat er zes miljard van ons rondlopen. En elk van ons is uniek, net zoals elke ander. In het licht van de tijd ook. Ons leven omspant nauwelijks 80 jaar. En hoewel dat lang is in onze belevenis, is het in feite maar relatief, als je begint te denken aan de duizenden jaren geschiedenis voor ons.

Dit stemt me steeds tot bescheidenheid. En ik vind het eigenlijk niet eens zo pessimistisch. Je kan echt waar doen wat je wil. Je kan ingenieur mechanica studeren, een carriere in IT opbouwen en als expat de wereld zien en eindigen als succesvol journalist met twee kinderen, drie stiefkinderen en vijf kleinkinderen. Je kan verhuizen naar het ander eind van de globe vanuit de Filippijnen, er dan drie jaar USA tegenaan smijten (waardoor je smakelijk southern kan praten) en opnieuw naar huis gaan, om dan terug in Brussel te eindigen. Het is mogelijk om op je 18e fuck you France te roepen, de wereld in te trekken en anglofiel te worden. Het kan dat je jaren droomde om buitenlands correspondent te zijn voor een grote krant. En van gedacht veranderen toen de krant iets in je zag en je op stage in DC mocht, en je daar besefte dat die correspondenten enkel hard werken geen privé leven hebben, 24/7 in de ikzoekeensterkverhaalmodus staan. Het kan om dan terug te gaan studeren, een studie die je naar Brussel brengt, om maanden later meegenomen te worden door een vriend naar mijn verjaardagsfeest.

Het kan dat ik daar opnieuw verliefd werd, eerder in liefde viel, en aan je tafel belandde. En besefte dat het leven een kwestie is van 90% toeval en 10% actief aanmodderen, zoals Hugo Matthyssen het ooit zei. Maar dat het toeval wel in mijn voordeel heeft gespeeld.

zondagochtend

22 november 2009 - Leave a Response

Ik had nooit gedacht dat ik op zondagochtend uit zijn bed zou springen om te gaan lopen. Het fort van dons verlaten waarin hij nog warm en mooi en in dromenland ligt, om strak in het looppak, wind op kop, twee grote toeren rond de vijvers tien minuten verderop te lopen. En dan brood en kaas meebrengen van de markt. Terug stappen met mijn kap op en zon in de rug. Binnensluipen. Heet bad. En terug in bed kruipen waar hij zijn boek wil uitlezen voor hij opstaat. Ontbijten.

En er de tijd voor nemen.

en iedereen is de weg kwijt

17 november 2009 - 3 Reacties

Ze komen enkel buiten bij valavond en de nacht. Ik kom meestal terug van mijn werk zo tussen zeven en half acht ’s avonds, kom bovengronds uit de metro en daar staan zij op de stoep, tegen bomen, rond de bushalte, tegen het gebouw aan de overkant van de straat. Ze dragen te korte rokken en te dunne tshirts voor guur herfstweer, en teveel make up en maken gewillig een draai rond hun as als er een auto traag voorbijrijdt.

En zo is Brussel, honderd meter verder, ter hoogte van de KVS, gaat het beter, en nog eens honderd meter verder zou het niet eens in je opkomen dat ze er staan, aan de metrohalte. Soms zie je ze in de rij bij het gb’ke, te magere vale vrouwen wiens knoken uit hun knieën steken, wiens verlepte haar in pieken rond hun gezicht hangt, wiens ogen wijd en naar alle kanten schieten van de drugs.

Ik dwing mezelf te kijken naar dit troosteloze tafereel. Elke avond opnieuw. In het weekend is het erger. En het knettert dan echt in mijn hoofd: voor deze mensen is seks iets verhandelbaar. Iets dat je kan nemen van iemand. Iets dat je kan verkopen voor 50 euro en waarover je kan marchanderen – dit is te duur, zoveel ben je niet waard. Het is een machtsspel en een puur economisch iets. Zij doen het want hebben geen geld, geen toekomst, geen leven en zij doen het want het is hun enige weg uit de existentiële eenzaamheid.

Soms kom ik thuis van een reis en haat ik mijn buurt. De eerste meters nadat je uit de metro komt is het vuil, loopt er guur volk en slaat de rauwe realiteit van straatleven en hoererij in uw gezicht. En daar loop ik dan, hooggehakt en hooggepaardestaart, met mijn samsonite achter me aan, mijn schoudertas vol geschenken voor familie en vrienden en mijn handtas met een bankkaart en een kredietkaart en een kaartje van de hospitalisatieverzekering en de kortingkaart van het werk en een identiteitskaart, een rijbewijs – papieren quoi.

Soms kom ik thuis en vind ik dat ik iets moet doen.

En soms kom ik thuis en doet het me beseffen hoeveel geluk ik heb. Dat ik al mijn kansen heb gekregen. Dat mijn land niet door oorlog wordt verscheurd of door een corrupte regering wordt bestuurd. Dat ik niet verslaafd ben en ook niet door zeer trieste omstandigheden in dat soort situaties gedwongen word. Want nu ik dat elke dag zie gebeuren voor mijn ogen, geloof ik niet dat mensen dit ooit uit vrije wil kiezen.

Op zulke dagen, rest er mij niets anders dan stille dankbaarheid. Blij dat ik mijn eten kan kopen met geld dat ik verdien door een meer dan interessante job, dat ik word omarmd door iemand waarvan ik hou. Dat seks voor mij altijd iets moois is geweest en niet gelinkt is met overleven, verslaving, noodzaak.

Ik loop elke dag langs hen, langs de straathoeren van het Yzerplein, langs de loerende mannen en de trage auto’s. De blikken van die mannen zijn leeg en geil en zielig. Het is echt denigrerend, zoals ze naar de straathoeren kijken en zoals ze kijken naar elke vrouw die er passeert. En het is triest en liefdeloos; ze leerden niet lief te hebben of ze moeten ontzettend eenzaam zijn of kunnen een vrouw niet versieren of houden of van haar houden. Dus ze nemen wat ze willen; haar lijf en haar tijd. Ze doen voordeel bij de onwaarschijnlijk triestige verhalen die de stoep op en af lopen.

over leven en liefde

8 november 2009 - Eén reactie

Mijn oma gaat dood. Al even. Het afgelopen jaar werd haar rug krommer, haar ogen iets minder fel, de pijn erger. En nu we eindelijk weten wat het is, is er geen hoop op beterschap. En alle wetenschap ten spijt, is er ook geen troost. Geen troost in het weten wat het is. Geen troost in het moeten afgeven van mijn mémé.

Er is alleen de naakte waarheid, dat er al een jaar drie tumoren groeien in dat eens zo krachtige lijf, een lichaam dat altijd fier rechtop heeft gelopen, truien met zeilboten op breide, waarmee ze haar meer dan honderd meter diepe tuin te lijf ging met een verbeten liefde, dat drie keer per dag de steile trap op en af stoof om eten uit de kelder te halen, dat mijn opa dertien jaar ondersteunde en verzorgde, dat fietste van hot naar her, dat leefde. Rechtstond. Rondwandelde. Honger had.

Van haar komt de allergie die ik heb voor onechtheid. Voor in stevige discussies of in tijden van moeilijke vragen toch nog eens een kwinkslag te maken en ne keer goed te lachen – desnoods met uw eigen probleem. Van af en toe schouders ophalen en voortdoen. Van voor elk probleem bestaat een oplossing. Van het besef dat ge niet moet neuten maar uw beste beentje voorzetten. Roeien met de riemen die ge hebt, de talenten die ge hebt gekregen, de keuzes die ge hebt gemaakt. Van dat ge totaal van mening kunt verschillen, en mekaar tegelijkertijd toch heel graag kunt zien. Van ruimte geven en krijgen. Van opstaan na vallen. Van ambitie en rechtdoorzee. Van op tafel te slaan en er iets aan te doen. Van triestig te mogen zijn, zonder te vergeten dat ge nooit kunt weten wat achter den hoek ligt.

Het doet pijn om haar nu te zien. Door de medicatie is ze af en toe in de war. Ze kan nog lachen soms maar haalt ook hard uit naar zij die het dichtste bij haar staan. Ze wil hier niet meer zijn, en net het besef dat je haar moet laten gaan, en het verdriet dat veroorzaakt, is niet onder woorden te brengen.

Sterven is niet mooi. Ze krimpt. Ze wordt een schaduw van wie ze was. De mist komt op. Ze kan niet meer goed lopen, ze slaat soms wartaal uit, ze heeft pijn. Ze rochelt en hoest, en ze is soms bang en angstig zoals een kind in het donker. Ze verdrinkt in de zetel waarin ze zit. Ze eet haar eten niet meer op.

En alle clichés ten spijt – ‘ze heeft een mooi leven gehad/ de laatste zomer was nog prachtig/ voor haar is dit het beste’ -; ik vind het moeilijk om dit te slikken. Ik haat het om haar te moeten afgeven. Ik haat het om te beseffen dat warme zomerdagen op de bank in de tuin – terwijl één, twee of drie achterkleinkindjes op hun duwfietsen voorbijsjeezen – over zijn. Dat we nooit meer zullen tikken op de ramen van de veranda, waarna ze haar bril zal afzetten en opkijken uit de krant, en ons toelachen. Dat koffie in de achterkamer, of een boterham met kaas en een kop koffie ’s avonds voor het terug naar Antwerpen rijden er niet meer in zal zitten. Dat we geen oliebollen meer zullen maken tijdens de koers, geen nieuwjaar meer in de voorkamer, geen opmerkingen meer naar u hoofd worden geslingerd die weliswaar direct zijn maar u ook aanzetten tot nadenken. Dat ze niet meer kan vertellen over vroeger, dat ze geen advies meer kan geven, dat ik ze niet meer zal horen sakkeren “is dat nu nodig, al uw geld in de sneeuw gaan smijten” als ik ging skieën.

Dat ze uitdooft als een extreem goei kampvuur, dat er enkel nog liefde zal overblijven, herinnering, een vage vlek in de film van mijn hoofd. Mijn gemis ook. De leegte. De stilte.

Stop all the clocks (…)

vakantie…

30 augustus 2009 - Leave a Response

chillen op de achterbank van de auto in Tsjechië

DSC02938

op een avondwandeling

DSC02875

voor de poorten van een kasteel tussen Wenen en Bratislava

DSC02924

Het was ZO fijn!!

de wijde horizonten tegemoet

2 augustus 2009 - 3 Reacties

Wij gaan op reis, een ganse roadtrip met vele vriendenbezoekjes, en andere plekken die we aandoen uit nieuwsgierigheid en een trouw! U kan ons de komende drie weken vinden in Frankfurt, München, Wenen, Bratislava, Budapest, Novi Sad (mss Sarajevo), Belgrado, Lodz, Poznan, Sczecin, Kopenhagen en Hamburg. Zwerven zonder stress, de dingen wat op ons pad laten komen.
Hoop dat u een even deugddoende vakantie heeft/achter de rug heeft! Tot eind augustus!

saddle up and ride your pony!

31 juli 2009 - 2 Reacties

Als ik wakker word met hem in mijn bed, of ik in het zijne, dan is het altijd moeilijk opstaan. Want dat klein fort van dons is waar ik het liefst van al ben tegenwoordig, zonder dat ik vergeet hoe zalig al de rest ook kan zijn. Maar gewoon, voor nu, is dat het leukste.

Het is leuk om de dag samen te beginnen, om koffie te drinken, onnozel te doen, ons in onze deftige werkkleren te hijsen en aan de slag te gaan. En afgelopen zaterdag is het dan heerlijk als het niét moet: op havaianas in jogging (mijn afzichtelijke witte adidasbroek) en hij in korte broek en XL zonnebril over de stoepen van Elsene sloffen; weekendkranten kopen, croissants, verse kazen en een ijsje voor op de terugweg. Ons installeren in de tuin op een dekentje en ontbijten. Na het eten lezen, mekaar vertellen wat er in de krant staat (hij leest een Duitse, ik een Belgische) discussiëren, dutjes doen en vertellen. Of gewoon genieten van de zon.

Het maakt me ontzettend rustig – zoals een rustige stuk in een rivier die normaal vol stroomversnellingen zit. Maar elke kajakker weet dat zo’n kalm stuk water vaak de voorbode is van een grote wilde stroomversnelling of zelfs een barrage. En dat dat ook pure fun is! Het is in elk geval exact hoe ik me nu voel: even batterijen opladen, rust in mijn hoofd, ver kunnen kijken en genieten van het hier en nu. En de drukte van vanouds, het twintigmiljoen dingen tegelijk doen, de energie voor tien, zin in hippe feestjes en nachten op café - komt wel terug. Maar nu is het even de totale chill modus.